Rondje Uganda

Na 3 weken fietsen en zo’n 800km zijn we weer terug waar we zijn begonnen (en waar we een tussenstop maakten), bij ICU-guesthouse in Kampala.

De route die we gereden hebben ging veelal over de grote verharde weg, maar ook regelmatig over onverharde, stoffige wegen door de binnenlanden. 

De wegen in en rondom Kampala zijn erg druk. Mede door de smerige uitlaatgassen en zwarte rook uit diverse auto’s en motoren is fietsen hier geen pretje. Hoe verder je van Kampala weg bent (na Mbarara en Jinja) hoe rustiger de verharde wegen worden en hoe prettiger het fietsen is. De laatste etappe van Kayunga naar Kampala was overigens heerlijk rustig en prachtig. In Kampala zelf was het verkeer druk en chaotisch. Maar we kunnen echt genieten van het slalommen tussen brommertjes, motoren, auto’s en bussen. De ene keer wordt je (bijna) van je sokken gereden, de andere keer wordt je hartelijk begroet en krijg je voorrang, uiteindelijk komt het altijd goed…

Het asfalt is over het algemeen van goede kwaliteit met weinig gaten, de wegkanten zijn soms wel erg verradelijk. De weg door Queen Elisabeth National Park leek echter meer op gatenkaas dan op een asfaltweg.
Het verkeer, met name de vrachtauto’s, bussen en matatu’s (14 persoons minibusjes/taxi’s) rijden hard en houden zeker niet altijd rekening met ons of het overige verkeer.

Ook moesten we opletten voor wilde dieren, maar meer dan buffels, zebra’s en bavianen hebben we tijdens het fietsen niet gezien. Bij de fietstocht met gids door Nationaal park Lake Mburo (waar we niet zelfstandig doorheen mochten fietsen), hebben we al geleerd hoe we buffels weg moeten jagen (klap op je bovenbeen en weg zijn ze!) en van de bavianen wisten we voldoende afstand te houden. De olifanten, leeuwen en nijlpaarden hielden zich goed verborgen, die hebben we alleen tijdens de safaritocht per jeep en boot gespot.

De onverharde wegen leiden door vele kleine dorpjes maar ook over veel (pittige) heuveltjes. De kwaliteit van de wegen/paden is erg wisselend. Op Buggala island (Ssese Islands) is de weg perfect, bijna een dirt highway (wel met enkele heuvels). Echter na het oversteken van het Victoriameer met de ferry lijkt de weg bijna weggespoeld en is het zoeken naar een goed te berijden spoor. 

Onze route bestond uiteindelijk uit 2 rondes: Kampala-Fort Portal (+/-600km waarvan +/- 200km onverhard) en Kampala – Jinja – Kampala (+/- 250 waarvan +/- 40km onverhard). 

Wij vonden het al met al zeer prettig fietsen in Uganda, vooral door de vriendelijke bevolking en doordat er elke minuut wel iets ‘wonderlijks’ te zien is… 

Advertenties

Oegandees tafelen

We verlangen soms terug naar Thailand en Cambodja, waar we overal konden neerploffen voor heerlijk eten op een marktje of een straatkeukens. Hier in Oeganda is het soms iets meer zoeken naar een geschikte lunch of energierijk voedsel tijdens het fietsen.  

Gelukkig hebben we ook hier het streetfood ontdekt! Op een ronde bakplaat op kolen worden Chapattis (pannenkoeken) gebakken. Daarna worden geklopte eieren met tomaat, rode ui wittekool en een bergje zout gebakken. Samen met de Chapatti worden ze opgerold tot een “Rolex” (naar rolled eggs). Deze vullen goed en zijn ook nog eens erg lekker!

In de marktkramen en langs de kant van de weg zien we voornamelijk tomaten, rode uien, aardappelen en bananen. Groenten lijken een luxe product en krijgen we dus of in zeer kleine hoeveelheden en/of in de duurdere restaurants. 

Vlees (geit, kip of rund) wordt wel regelmatig gegeten maar ook vooral in kleine porties. Soms krijgen we alleen rijst met bruine bonen voorgeschoteld.

Als we in een restaurant vragen of we er kunnen eten, zeggen ze, jahoor en vervolgens halen ze onze bestelling bij de buren…

Gisteren hadden we een kratermerenwandeling samen met een Engels/Australisch stel onder begeleiding van een gids. Het grappige was dat we de route de dag ervoor grotendeels al gefietst hadden. Maar nu mét uitleg over de vogels, apen, planten en het lokale eten. We namen samen een lunch en aten rijst met ‘matooke’ (bananenpuree van groene bananen), posho (maispuree) en kalo (cassaveplant en gierst) met pindasaus. 

Daarna hebben we van de zelf gebrouwen drank geproeft: bananenbier (12% alcohol) en bananenlikeur (60% alcohol). Beide bleken qua smaak weinig verfijnd net zoals de gehele Oegandese keuken (zover wij deze hebben mogen ontdekken).

Ontmoetingen

De reacties van de oegandezen als we voorbij komen fietsen zijn meestal hartverwarmend. De kinderen roepen luid “Mzungu, how are you?” 

Wanneer we gespot worden vanaf een schoolplein hebben we binnen no-time een kindermenigte die ons aanstaart of toejuicht.

Soms rennen kinderen ons achterna. Terwijl wij een heuvel opploeteren, blijven zij gewoon naast ons rennen met 12km/u.

Sommige mannen op brommers steken hun duim op, maken duidelijk dat we goed bezig zijn. Anderen maken duidelijk dat ze niet begrijpen waar we mee bezig zijn. “Waarom met de fiets?” Vaak gevolgd door een schaterlach.

Toen we gisteren onze fiets al geparkeerd hadden, vroeg iemand “Ben je helemaal komen lopen?” Nee, je ziet de fietsen toch?! Maar die vraag is een stuk logischer nu we gezien hebben dat Oegandezen hun fiets gebruiken als soort van kruiwagen. De fiets is vaak zo volgeladen dat de trappers niet meer te gebruiken zijn en dus lopend voortgeduwd worden. En ja, onze fietsen zijn ook volgeladen, maar we kunnen gelukkig nog wel onze trappers gebruiken!
In ICU Guesthouse hebben we Sarah ontmoet, een Oegandeze getrouwd met een Nederlander met wie ze het Guesthouse runt. Daarnaast is zij oprichtster van het ‘Jjaja Bbanga Project”. Dit bestaat uit een Medisch Centrum en een educatief centrum, waar mensen van het platteland terecht kunnen voor eerstelijns gezondheidszorg en educatie. Het medisch centrum is al actief, het educatief centrum start in juli 2017. We hebben met Sarah afgesproken dat we er langsfietsen, maar door omstandigheden was Sarah er niet toen wij daar aankwamen en waren wij door beperkte wifi daar niet van op de hoogte. Toch werden we super gastvrij ontvangen door 2 medewerksters, kregen we een uitgebreide rondleiding en mochten we er blijven slapen en eten. Ondanks dat het er primitief is (geen stromend water, geen elektriciteit) was het een supermooie plaats om te verblijven, heerlijk rustig, met geweldig uitzicht (letterlijk en figuurlijk) en enthousiaste mensen. Dat gaan we zeker belonen met een donatie vanuit Nederland.

Mzungu’s have the watch, Africans have the time.

Oegandezen houden erg van spreuken. We komen ze overal tegen. De spreuk in de titel zagen we in het guesthouse in Kampala en deze klinkt erg herkenbaar. We willen ons de komende 3 weken graag aanpassen aan de Afrikaanse cultuur en ons niet laten leiden door de klok, zoals de Mzungu’s wel doen. Mzungu is Oegandees voor blanke.

De eerste dag ontmoeten we meteen leuke reizigers en studenten in ICU Guesthouse en we maken er een gezamenlijke stapavond van. Nog iets wat ons meteen duidelijk is: Oegandezen houden van luide muziek. Niet alleen in de disco maar overal en op elk tijdstip. 
We laten ons met Uber naar een openluchtdisco brengen en dansen op een mix van Westerse en Afrikaanse muziek. Het wordt een latertje, maar de klok doet er niet toe, toch? Ons Westerse instinct laat ons toch de wekker zetten en we staan de volgende dag op tijd op om redelijk vroeg te kunnen vertrekken. De eerste fietsdag gaan we naar de haven van Entebbe om met een ferry naar de Ssese Islands te gaan. We weten eigenlijk niet hoe laat de ferry vertrekt, dus we proberen voor de zekerheid wat door te fietsen, maar dat valt niet mee met de bepakte fietsen en de vele heuvels. Misschien was de hoeveelheid bier tijdens de stapavond ook niet zo’n goed idee. 

In de haven aangekomen willen we vragen hoe laat de ferry vertrekt, zodat we daarna onze lunch kunnen kopen. Maar abrupt worden onze fietsen overgenomen, en roept het ferry-personeel “you’re late!” terwijl ze de fietsen aan boord duwen. Blijkt het exact 14u te zijn, de vertrektijd van de enige ferry van de dag… We blijken toch niet helemaal zonder klok te kunnen!